U bent hier:  Home > Meeuwen tellen > België
Nederlands | Français | Deutsch

Meeuwen tellen

België

Zijn er bij ons nu meer meeuwen dan vroeger? Neen! Integendeel.

Het gevoel bestaat dat het aantal meeuwen alsmaar toeneemt. De cijfers spreken dit echter tegen. Over de landsgrenzen heen kenden de kokmeeuw en de zilvermeeuw zo’n tien tot twintig jaar geleden hun hoogtepunt. Sinds een drietal jaar neemt de meeuwenpopulatie ook in België af. Een stijging van de totale meeuwenpopulatie wordt niet verwacht.

Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen het aantal bij ons overwinterende meeuwen en het aantal bij ons broedende meeuwen.

Broedende meeuwen zijn een redelijk nieuw verschijnsel in het Vlaamse landschap, terwijl vroeger in de winter altijd wel overwinterende meeuwen langs onze kust gezien werden. Grote meeuwen hebben Vlaanderen feitelijk pas vanaf de jaren 1960 gekoloniseerd. Het begon allemaal met wat solitaire broedgevallen van zilvermeeuw in het Zwin te Knokke-Heist. De Zwinpopulatie breidde zich uit tot een vijftigtal koppels midden de jaren 1990. In 1985 werd ook het eerste broedgeval van kleine mantelmeeuw vastgesteld, opnieuw in het Zwin.

In 1993 broedden er nog altijd minder dan 100 koppels grote meeuwen in Vlaanderen, maar vanaf 1994 stellen we een ware explosie in de broedende aantallen vast. Vanaf dan werden nieuw opgespoten terreinen in de Zeebrugse haven gekoloniseerd. De ‘Zeebrugse’ broedvogels waren grotendeels afkomstig van het zuiden van Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

Langzaam maar zeker werden ook andere gebieden gekoloniseerd, maar meestal bleven de aantallen daar beperkt. Alleen in de achterhaven van Zeebrugge en in Oostende wisten zich grotere populaties te vestigen, maar ook die populaties vallen in het niet ten opzichte van de Zeebrugse populatie in de voorhaven.
In het jaar 2000 broedden daar al meer dan 2500 koppels en was de verhouding tussen zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw ongeveer 50%.

Daarna zien we een heel snelle toename van de populatie grote meeuwen; dit was niet langer uitsluitend door immigratie vanuit het buitenland, maar dit keer ook als gevolg van de aanwas met jonge vogels uit “eigen” Belgische teelt.

In 2006 werd een piek bereikt toen er meer dan 6900 koppels grote meeuwen (dus kleine mantelmeeuw én zilvermeeuw samen) in Vlaanderen broedden, waarvan meer dan 90% te Zeebrugge. Daarna namen de aantallen lichtjes af als gevolg van afgenomen nestplaatsgelegenheid te Zeebrugge.

In 2007 broedden er nog altijd meer dan 5000 koppels in Vlaanderen.

Over het aantal overwinterende meeuwen langs onze kust zijn heel wat minder historische gegevens beschikbaar. De eerste tellingen zijn verricht in 1989 en daarna zijn er nog enkele totaaltellingen gedaan, een enkele keer ook in de zomermaanden. In de winter werden altijd meer dan 10.000 individuen geteld en soms liep dat zelfs op tot meer dan 30.000. In de winter domineert zilvermeeuw doorgaans het soortenspectrum, gevolgd door de kokmeeuw.
Kleine mantelmeeuw is in de winter nauwelijks nog aanwezig in ons land; zij overwinteren in Portugal, Spanje en het noorden van Afrika.


Belang van Belgische broedpopulaties
in Europese context

De Vlaamse populatie van de zilvermeeuw is slechts een fractie (0,6%) van de totale biogeografische populatie van deze soort en dus niet uitgesproken belangrijk in een internationale context.

Dit is even anders voor de populatie van de kleine mantelmeeuw: 2,6 % van de populatie broedt in Vlaanderen. Daarmee wordt de zogenaamde “1%-norm” overschreven. Dit wil zeggen dat België verplichtingen heeft om de broedgebieden van de soort te beschermen en dat onze broedgebieden op Europese schaal erg belangrijk zijn. De kleine mantelmeeuw staat bovendien vermeld op de Rode Lijst van Broedvogels in Vlaanderen als een kwetsbare broedvogel. Op die lijst prijkt trouwens nog een andere meeuw, namelijk de stormmeeuw die bij ons een zeldzame broedvogel is. Dat wil echter niet zeggen dat de zilvermeeuw geen beschermingsstatus geniet.

Wie doet de tellingen?

Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek doet al jaren onderzoek naar de meeuwenpopulaties langs onze kust. Het onderzoek spitst zich toe op de grote meeuwen, met name de zilvermeeuw en de kleine mantelmeeuw. Het onderzoek bestaat enerzijds uit tellingen van de meeuwen en anderzijds uit onderzoek naar de verplaatsingen van meeuwen tijdens de wintermaanden.
Grafiek broedpopulatie Vlaanderen Het aantal broedparen van zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw is de voorbije 20 jaar spectaculair gestegen, maar neemt sinds enkele jaren weer af. Bron: INBO. Download deze gegevens (.XLS, 10 KB)


Totaaltellingen meeuwen langs de kust Totaaltellingen van meeuwen langs onze kust laten fluctuerende aantallen zien, maar wijzen niet op een toe- of afname. Bron: INBO.
Download deze gegevens (.XLS, 10 KB)